Home

<< terug

a

Wmo in werking: de geest is gewillig, maar het vlees is nog zwak

Inleiding
Op 1 januari 2007 trad de Wet maatschappelijke ondersteuning definitief in werking. Zorgspe­cial besteedde aan de komst van de Wmo uitge­breid aandacht in de editie van april dit jaar (1) en in een recent Tafelgesprek (2). Afgezien van wat vaagheden met betrekking tot de financiering was er eigenlijk maar één groot vraagteken: hoe zouden gemeenten, zorgaanbieders en consumenten met de geboden kansen en uitdagingen omgaan? Hoe staat het er nu voor, zo vlak na het moment suprême? Waren partijen er klaar voor? En zijn de ontwikkelingen in lijn met wat we verwacht hebben? En ook niet onbelangrijk: waar beweegt de politiek zich, nu de verkiezingen achter de rug zijn?  

Het lijkt er sterk op dat gemeenten bij aanbestedingen en gunningen vooral hebben gekeken naar de huishoudpot en te weinig oog heb­ben gehad voor bestaande locale en regionale structuren enerzijds en de belangen van hun burgers anderzijds. Er klinkt geweeklaag in het kamp van de zorgaanbieders, dat ze 'uitgekleed' zijn. (Politieke) tegenstanders van marktwerking in de zorg kunnen hun hart ophalen aan de vele dossiers, die op hun bureaus worden gegooid en waar ze maar uit hoeven te citeren om hun gelijk te gaan halen. Maar de vraag is of de zorgaanbieders zichzelf niet verschrikkelijk overschat hebben. Wij hebben op de redactie van dit blad de afgelopen tijd vooral gehoord hoe belangrijk het is dat 'zij' hun markt kennen, simpelweg omdat ze er gevestigd zijn. Als dat zo'n groot voordeel was, waarom hebben die zorgaanbieders dan zo'n enorme fusiedrang ontwikkeld tot ver buiten de gegeven gebieds­grenzen in plaats van zich sterker te binden aan hun bestaande werkgebied en de consumenten daarin? Natuurlijk zijn er goede voorbeelden te vinden van zorgaanbieders, die zowel groei in omvang als groei in binding wisten te realiseren, maar ik denk niet dat mevrouw Jansen, drie hoog achter, onder de indruk is gekomen van de nieuwe merknamen, de nieuwe logo's en de onvermijdelijke nieuwe folders, die op haar matje ploften. Het landschap van de zorgaanbieders is veranderd, maar of er nou veel mee gewonnen is, waag ik te betwijfelen. In 'Het Tafelgesprek' dat in dit blad is afgedrukt wordt door de deelnemers al gewezen op het feit dat veel fusies niet hebben gebracht wat ervan verwacht werd, iets dat overigens in het bedrijfsleven niet anders is. De gemeen­ten hebben zich niet gek laten maken door al dat rumoer, hebben aanbesteed conform de huidige regels en hebben vooral op prijs ge­gund, omdat het getal achter het euroteken in elk geval houvast geeft bij de besluitvorming. Marktwerking echter is meer dan het concur­reren op prijs, uiteindelijk gaat het vooral op de prijs/ prestatie verhouding. En die zal nog moeten blijken. Zorgaanbieders, die nu water maken, zullen hun koers moeten verleggen naar vaarwater, waar ze beter kunnen renderen. Dat betekent dat ze zich moeten bezinnen op hun kerntaken, misschien hun eigen geschie­denis eens moeten nalezen en vooral gaan luisteren naar hun klanten. Als ze tenminste nog weten wie dat zijn!  

De geest van de Wmo
In elk geval hebben de adviseurs het er druk mee gehad, want zowel aan de kant van de vragers (de gemeenten) als aan de kant van de aanbieders zijn er heel wat deskundigen ingeschakeld. En daarbij is vaak gedacht dat je een bestaande zorgaanbieder wel naar de gunning toe kon schrijven. Of dat nou werkt of niet laten we maar even in het midden, maar de bedoeling van de Wmo is niet om het zorglandschap te ordenen, maar om het aan­bod binnen de gemeentegrenzen van zorg en welzijn op elkaar af te stemmen en beter te integreren. Daarbij is het hoofddoel dat het mogelijk wordt dat alle inwoners maatschap­pelijk kunnen meedoen, niets meer en niets minder. De zorgvrager werd immers gecon­fronteerd met een hele rij loketten, waarachter iedereen op z'n eigen winkeltje paste en waar de belangen van de zorgvrager ondergeschikt werden gemaakt aan die van de loketeigenaar. De Wmo, zo schreef ik eerder in april, zou een belangrijke impuls kunnen gaan geven aan vernieuwende zorgconcepten, ook in relatie tot het gegeven dat zorginstellingen straks geen toestemming krachtens de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) meer nodig heb­ben om kleinschalige woonvoorzieningen te realiseren. De zorgvraag zal verder geïndividu­aliseerd worden en zorgaanbieders zullen met concurrerende en convergerende modellen daarop moeten inspelen. De wetgever heeft de consumenten ook een duidelijke stem gegeven, gemeenten moeten Wmo-bestedingen inzich­telijk maken en consumenten bij de besluitvorming betrekken. Dat is zeker nog niet op grote schaal gebeurd en er zullen ongetwijfeld heel wat rechtszaken gaan volgen, maar die zul­len uiteindelijk de spelregels verduidelijken. Het wordt ook een kwestie van leren. De komende jaren zal duidelijk worden of de marktwerking in de zorg daadwerkelijk tot een betere afstem­ming van vraag en aanbod heeft geleid en nog zal leiden. Het is te hopen dat de verschuiving in de politieke machtsverhoudingen in de Tweede Kamer dit proces niet zal gaan bevriezen, zoals velen vrezen. Er wordt nog veel te veel gereageerd op incidenten en op de waan van de dag. Het lijkt wel of politici ter linkerzijde alleen maar brieven krijgen van mensen die zich beklagen en nooit brieven van mensen, die tevreden zijn. Die worden blijkbaar weggegooid. Het geroep om een socialer beleid heeft luid geklonken voor de verkiezingen, maar de realiteit is dat slechts één linkse partij (SP) daarmee gescoord heeft, de andere twee PVDA en Groen Links profiteerden niet. De marktleider ter linkerzijde kreeg zelfs gewoon ordinair klappen. Als de nieuwe machtsverhoudingen -want die zijn er wel degelijk- iets kunnen betekenen voor de zorg, dan is het de positie van de zorgvrager verder versterken. Niet door aan de wagen te gaan hangen om de marktwerking af te rem­men, maar door het vraaggerichte karakter van de zorg verder te stimuleren.  

Marktwerking bij de bushalte
Twee interessante opinies bereikten auteur dezes onlangs. De eerste was van Johan Troel­stra, die een interessante vergelijking maakt tussen de marktwerking in de zorg en de marktwerking in het openbaar (bus)vervoer. Troelstra ziet de Wmo als 'een grote stap naar de introductie van marktwerking in de zorg'. Hij kapittelt de vrees van veel thuiszorginstel­lingen, vakbonden en politici voor verlies van kwaliteit en banen door de nieuwe wet. Die vrees is onterecht, vindt hij. 'Marktwerking leidt juist tot verhoging van de kwaliteit en zorgt voor meer banen', waarbij hij verwijst naar de ontwikkelingen in het streekvervoer, dat hij als ontwikkelaar van het aanbestedingsteam voor Connexxion van nabij meemaakte. Tegenwoor­dig is hij directeur van Sparkling ID, een bureau dat gespecialiseerd is in organisatieontwikkeling als gevolg van (Europese) aanbestedingen. Inderdaad zijn de vele doemscenario's rond de privatisering van het busvervoer onterecht ge­bleken. Elke tegenstander van die privatisering kan moeiteloos een tachtigjarige dorpsbewoner op het platteland vinden, die niet meer met de bus kan, maar dat heeft niets met de gevol­gen van privatisering te maken. Onrendabele lijnen werden in de oude setting even genade­loos opgeheven. Het aanbod is evenwichtiger geworden, het materieel moderner en de infor­matievoorziening veel beter, nu bij steeds meer haltes elektronische signaalsystemen in gebruik zijn genomen, die aangeven wanneer de bussen verwacht kunnen worden. Het koffiedik kijken is bij de busreiziger anno 2007 geen dwingend noodzakelijke vaardigheid meer. Hij is het er ze­ker niet mee eens dat de werkgelegenheid door de nieuwe wet personenvervoer zou afnemen. 'In het openbaar vervoer zien we juist een toe­name van de vraag naar arbeid, vooral door de uitgebreidere dienstregeling. En dan heb ik het niet over minimale roosters, maar over volwaar­dige arbeidsplaatsen.' Troelstra wil die lijn graag doortrekken naar de Wmo.   Kinderziektes 'Uiteraard zijn er bij de introductie van zo'n nieuw systeem kinderziektes, maar op de langere termijn levert het voor alle partijen winst op. Met name de eindgebruikers kun­nen hiervan profiteren, ook al is dat besef er nu misschien nog niet.' Om de marktwerking te laten slagen is het volgens Troelstra wel be­langrijk dat alle partijen hun verantwoordelijkheid nemen en daarmee serieus aan de slag gaan. Hij onderschrijft de stelling in dit artikel dat zorgaanbieders veel te achteloos met de introductie van de Wmo zijn omgegaan. Ook deelt hij de opvatting dat er te veel op prijs is gegund en te weinig is gekeken naar de con­text van de gevraagde zorg binnen het to­tale zorgaanbod in de gemeente of de regio. Hij ziet ook uit naar de processen, die consumenten(organisaties) zullen gaan aanspannen om beter op hen toegesneden interpretatie van de Wmo af te dwingen. Hij zegt daarover: 'Provincies of gemeenten zijn als regievoerders verantwoordelijk voor de kwaliteit van deze voorzieningen en daarmee voor het ontwik­kelen van de markt', zegt Troelstra. 'Aan hen de taak inzichtelijk te krijgen wat nu precies de vraag van de eindgebruikers is en hoe je daar een zo goed mogelijk antwoord op kunt geven. Daarnaast is het belangrijk dat de finale gebruikers nu een plek aan tafel krijgen. Dat is juist het mooie van de Wmo: dat bij wet is vastgelegd dat gebruikersplatforms gehoord moeten worden.'
Kinderziektes
‘Uiteraard zijn er bij de introductie van zo’n nieuw systeem kinderziektes, maar op de langere termijn levert het voor alle partijen winst op. Met name de eindgebruikers kun­nen hiervan profiteren, ook al is dat besef er nu misschien nog niet.’ Om de marktwerking te laten slagen is het volgens Troelstra wel be­langrijk dat alle partijen hun verantwoordelijkheid nemen en daarmee serieus aan de slag gaan. Hij onderschrijft de stelling in dit artikel dat zorgaanbieders veel te achteloos met de introductie van de Wmo zijn omgegaan. Ook deelt hij de opvatting dat er te veel op prijs is gegund en te weinig is gekeken naar de con­text van de gevraagde zorg binnen het to­tale zorgaanbod in de gemeente of de regio. Hij ziet ook uit naar de processen, die consumenten(organisaties) zullen gaan aanspannen om beter op hen toegesneden interpretatie van de Wmo af te dwingen. Hij zegt daarover: ‘Provincies of gemeenten zijn als regievoerders verantwoordelijk voor de kwaliteit van deze voorzieningen en daarmee voor het ontwik­kelen van de markt’, zegt Troelstra. ‘Aan hen de taak inzichtelijk te krijgen wat nu precies de vraag van de eindgebruikers is en hoe je daar een zo goed mogelijk antwoord op kunt geven. Daarnaast is het belangrijk dat de finale gebruikers nu een plek aan tafel krijgen. Dat is juist het mooie van de Wmo: dat bij wet is vastgelegd dat gebruikersplatforms gehoord moeten worden.‘   Kwaliteit komt boven De grote kracht van de marktwerking ligt volgens Troelstra in het feit dat alle partijen worden uitgenodigd goed na te denken voor zij tot zaken komen. ‘We zien dat bij de eerste aanbestedingsrondes veel opdrachtgevers nog wat onhandig zijn bij de uitvraag en vooral kijken naar de prijs. Maar men leert snel. Ook omdat de cliëntenorganisaties zich verder professionaliseren en een steeds belangrijker plaats krijgen. Bij een tweede ronde zal de uitvraag dus scherper zijn en de kwaliteit van de dienstverlening een steeds grotere rol gaan spelen.’ Troelstra hamert erop dat niet alleen op­drachtgevers, maar ook opdrachtnemers, zoals thuiszorgorganisaties of openbaar vervoer- bedrijven een verbeterslag moeten door­voeren. ‘Door de aanbestedingsprocedures worden zij uitgedaagd goed na te denken voor zij inschrijven op een opdracht, want zij moeten deze wel gestand kunnen doen. Het gaat niet alleen om het maken van de beste offerte, ze moeten ook hun eigen organisatie beter toesnijden op deze vraag. Daarmee ko­men innovativiteit en ondernemerszin weer terug in het werk.’ Volgens Troelstra liggen er volop mogelijkheden voor ondernemers die deze kansen weten te benutten. ‘Gooi het kind niet met het badwater weg. Door de slimmere aanbestedingen zal de kwaliteitsimpuls steeds sterker worden. Steek hier dus je energie in, ga op zoek naar wat de klant echt wil, dat werkt beter dan de barricades opzoeken.’  

Bezuinigingen
Troelstra benadrukt dat we niet moeten ver­geten dat het uiteindelijke politieke doel van de introductie van marktwerking is een aan­zienlijke bezuinigingsactie door te voeren, of het nu gaat om het openbaar vervoer of de thuiszorg. ‘Verantwoordelijkheid nemen betekent wat mij betreft dan ook accepteren dat de samenleving voor deze bezuinigingen staat en durven te zien waar je kansen liggen. Maar ook accepteren waar de verschillende belangen liggen en hier een uiteindelijke samenwerkingsmodus in vinden. Een aantal spelers ervaart deze overgang als een overval bij nacht. Zij moeten bereid zijn te anticiperen op veranderingen. Want er is maar één zekerheid: namelijk dat alles zal veranderen.’  

Liberalisering heeft gewerkt!
Bijval in het kampement van de voorstanders van meer en betere marktwerking in de zorg komt ook van Jeroen van Roon, partner van Boer & Croon, die onderzoek deed naar de gevolgen van de liberalisering van de zorg. Zijn conclusies zijn zeer uitgesproken: “met de voortschrijdende liberalisering van de Neder­landse gezondheidszorg is veel energie vrijgeko­men om de medische kwaliteit, de servicegraad en de efficiency fors te verbeteren. Het stopzetten van deze liberalisering zou Nederland jaren terugzetten in de tijd. Onder druk van de patiënt en de zorgverzekeraar komt de zorg los. Inefficiënte kronkels en de schijnexcuses om je niet te hoeven aanpassen, verdwijnen. De transparan­tie en vraagsturing tonen een heilzame werking en nieuwe, innovatieve zorgaanbieders treden toe. Het kwaliteitsdenken heeft een nieuwe dimensie gekregen en de echte toegankelijkheid in de zorg is verbeterd.” Dat lijkt bijna op een droomscenario. Maar van Roon onderkent dat er nog wel degelijk overgangsproblemen zijn, maar vindt dat deze onvoldoende argumenten bie­den om de liberalisering te vertragen of stop te zetten. Sterker nog: als voornaamste oorzaak van bestaande transitieproblemen noemt hij de nog altijd veel te trage besluitvormingsprocessen.

Dit artikel verscheen in Zorgspecial nr.1, 2007 in een Management Dossier over de WMO    

<<terug

Cookie-instellingen